Instabiliteit

InstabiliteitOnder instabiliteit wordt verstaan dat de schouderkop herhaaldelijk in z’n geheel of gedeeltelijk uit de kom gaat. Instabiliteit kan veroorzaakt worden door een val of plotselinge krachtige beweging. Ook aangeboren laxiteit van de gewrichtsbanden kan een oorzaak zijn.

Schouderinstabiliteit

Normaal gesproken wordt de kop van het schoudergewricht keurig in de kom gehouden. De banden van het gewricht zorgen daarvoor. Bij instabiliteit is het kapsel-bandapparaat te slap (te veel ruimte in het kapsel), zodat de kop geheel of gedeeltelijk uit de kom raakt (luxatie resp. subluxatie). Het ontstaan van instabiliteit is vaak een ongeluk of val. Bij werp- en slagsporten en bij zwemmen kan de kop gedeeltelijk uit de kom gaat (subluxatie) zonder dat er eigenlijk een ongeluk aan vooraf is gegaan. Het kan ook aangeboren zijn. Algehele bandslapte, spierzwakte of een beperking in de bewegingsketen kan er voor zorgen dat de kop gedeeltelijk uit de kom gaat.

Symptomen: De problemen treden op bij bovenhandse activiteiten, zoals iets uit een kast pakken en bij sporten waarbij een gooi, werp, slaan of reikbeweging wordt gemaakt. Er treedt pijn op met soms een klik in het gewricht en een gevoel geen controle meer te hebben over de arm (dode arm gevoel).

Therapie: De therapeut onderzoekt wat de oorzaak is van de instabiliteit: of er mogelijk sprake is van bandletsel met eventueel een scheur in de kraakbeenring (labrum) of dat de instabiliteit wordt veroorzaakt door het niet op tijd aanspannen van de spieren. Het accent van de therapie zal liggen op spierkracht en coördinatie training van de manchetspieren (rotator-cuff )en schouderblad-wervelkolom spieren (axioscapulaire spieren). Instabiliteitsklachten verhelpen duurt lang (6−12 maanden). Dit komt omdat de spieren zo getraind moeten worden dat ze weer op tijd aanspannen voordat de kop uit de kom gaat. In ernstige gevallen of bij terugkerende luxaties zal orthopedisch ingrijpen door een orhopeed geïndiceerd zijn.

Operatie bij instabiliteit

Bij ernstige instabiliteit kan de orthopeed besluiten na aanvullend onderzoek (MRI) om gescheurd labrum en kapsel met niet meer functionerende bandstructuren in te korten (zie Bankart laesie). Dit zorgt ervoor dat de kop in de kom blijft zitten. De fysiotherapeut zal u na 2 weken na de operatie gaan begeleiden in het bewegen van de arm. Hij zal adviezen geven wat u wel en niet mag doen. Vooral het naar buiten draaien van de arm zal in de eerste weken voorkomen moeten worden. In overleg met de orthopeed wordt de belasting opgevoerd. Na 6 weken zal afhankelijk van het herstel begonnen worden met spierkracht en coördinatie training. De revalidatie duurt 3 tot 12 maanden.

Login