Arthrose

ArtroseHet kraakbeen van het schoudergewricht kan worden aangetast door slijtage, dit noemen we arthrose. Kenmerkend voor arthrose is dat de hoogte van de kraakbeenlaag afneemt en het gewricht meer op elkaar komt te zitten. Hierbij slijt het gewrichtskraakbeen. Dit leidt tot pijn, nachtpijn, startklachten, kraken en functievermindering.

Arthrose van de schouder-Schouderprothese

De kop en de kom zijn bedekt met kraakbeen. Dit kraakbeen kan door een ongeval, een botbreuk of door een langdurige ontsteking (bv. reumatoïde artrits) na verloop van de tijd artrotisch worden(slijtage). Door deze artrose kan het gewricht niet meer goed bewegen.
Symptomen: Ochtendpijn en stijfheid bij begin van het bewegen. Pijn bij bewegen en in een later stadium nachtelijke pijn. Tevens zijn er bewegingsbeperkingen van de schouder.
Therapie: Pijndemping kan door middel van drukpuntmassage. Optimaliseren van de mobiliteit van de schouder. Verbeteren van spierkracht en coördinatie.
Schouderprothese: Als pijnstilling en fysiotherapie niet meer helpt kan de orthopedisch chirurg overgaan met het vervangen van het schoudergewricht door een kunstgewricht (prothese). Afhankelijk van de conditie van het weefsel om het schoudergewricht zal de orthopedisch chirurg besluiten om alleen de schouderkop te vervangen of ook de schouderkom en welke prothese er wordt gebruikt.
Therapie: Dit is afhankelijk van het herstel. De therapeut zal u na 2 weken gaan begeleiden in het bewegen van de arm. Hij zal adviezen geven wat u wel en niet mag doen. In overleg met de orthopeed wordt de belasting opgevoerd. Na 6 weken zal afhankelijk van het herstel begonnen worden met spierkracht- en coördinatietraining. Bij een prothese is het herstel van de volledige mobiliteit niet te verwachten. Pijnbestrijding is het hoofddoel van de operatie. De mobiliteit die mogelijk zal zijn is functioneel. (Mobiliteit die u op zijn minst in het alle dagelijks leven nodig heeft.)

Login